
Lieve Lieve allemaal,
Hier een klein en waarschijnlijk laatste berichtje vanuit Australië. Het is hier nu vrijdag 25 juni, en we zijn alweer twee weken terug in Sydney. Het laatste weekje in Byron Bay hebben we lekker samen rustig aan gedaan en vooral op het strand gelegen. We hebben nog een dagje een grote wandeling naar de vuurtoren van Byron Bay gemaakt, wat heel mooi was en waar we een hele hoop dolfijnen vanaf een afstandje hebben gezien! Na Byron moesten we een hele lange nacht in de bus zitten om vervolgens weer in Sydney aan te komen.
En daar zitten we nu alweer twee weken en de tijd vliegt om. Vooral met de familie doen we leuke dingen. Ik ben een keer met alle nichtjes, Michelle, Sharon en zelfs Mar uiteten en naar de bios geweest, we zijn een dagje naar Newcastle geweest met Katrina en Jess, we hebben stukjes gereden met John en nog een hele hoop meer. Ook hebben we een paar walvissen gezien, die elk jaar langs de kust van Australië naar warmer water trekken. En we hebben het WK natuurlijk op de voet gevolgd! Hier in de haven van Sydney is er een officieel Fifa FanFest, wat gewoon inhoud dat de Fifa hier alle wedstrijden op grote schermen in de haven uitzendt en dat het heeel druk en gezellig is.. En daar gaan we ook meestal heen als Nederland of Australië speelt, zelfs op de meest onmogelijke tijden (Jaja, 20.30 bij jullie is hier 4.30!!) . Helaashelaas ligt Australië eruit, maar we zijn trots op ons Nederlandje!
Verder hebben we niet meer hele grote plannen. We geven een etentje de dag voordat we weg gaan en laatst hebben we een paar appeltaarten gebakken. Ze maken hier nooit zelfgemaakte appeltaart (alleen maar uit de diepvries) dus ze wisten hier niet wat ze meemaakten toen ze een homemade appeltaartje kregen. Dit weekend geef ik dus een workshop appeltaart bakken. Ik hoop alleen niet dat ze me een oplichter vinden als ze erachter komen hoe makkelijk het eigenlijk is ;) En we gaan souvenirs shoppen. Dus als iemand nog iets Australisch nodig heeft (neeeheee géén kangoeroe's of koala's!) horen we het wel.
Voor iedereen die ons eventueel op wil komen halen volgende week, volgt hier een advies lekker in bed te blijven liggen. We komen namelijk vrijdag 2 juli om zes uur 's ochtends aan op schiphol. Voor degene die ons toch komen ophalen is ons vluchtnummer KL 0838 voor eventuele vertragingen. Hopen dat die vulkaan zich nog even koest houd. We hebben zin om weer thuis te komen en iedereen te zien, maar voor nu hebben we nog een weekje aan de andere kant van de wereld!
Heel veel liefs en tot volgende weeeek!!! xxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxx
Dag lieve allemaal!
Hier zijn we weer met eeen verhaaltje vanuit Byron Bay. Het heeft even geduurd, maar we hebben eigenlijk niet zo heel veel bijzonders uitgevreten de afgelopen weken. In Brisbane hebben we wat gewerkt (Joost een beetje meer dan ik..) , vrienden gemaakt, gebarbecued (schrijf je dat zo?) uitgerust en de stad bekeken. Ik heb daar samen met Steve een schildpadje gered van hongerige vogels. Steve is een jongen die we in het hostel hebben ontmoet, die oorspronkelijk uit Engeland komt maar nu al 5 jaar in Nieuw-Zeeland woont en werkt. Omdat hij zijn baan kwijtraakte door de crisis werd zijn visum niet verlengd en is hij het geluk gaan opzoeken in Australië, met maar liefst $20 in zijn zak en schulden thuis. Omdat Steve echt een aardige jongen was, hebben wij een beetje voor hem gezorgd qua eten. Het hostel hielp hem af en toe aan een baantje, dus uiteindelijk heeft ie het allemaal gered en heeft ie nu een goede baan ergens in het noorden van Australië. We zijn zo’n drie weken met hem opgetrokken, dus we gaan hem best wel missen! Verder hebben we in Brisbane Cyle ontmoet, een beetje naïeve maar heel aardige en grappige Canadees, waar we nu mee in Byron Bay zitten, een van de leukste stadjes tot nu toe!
Het hostel is hier geweldig; we hebben een goedkoop kamertje die we delen met Cyle, we kunnen gratis fietsen en bodyboards lenen, gratis internet, de boel is schoon en als klap op de vuurpijl krijgen we elke ochtend gratis pannenkoeken! Toen we hier aankwamen kwam er meteen een meneer naar ons toe die ons een surfles heeft aangesmeerd, dus afgelopen vrijdag hebben Joost en ik onze eerste surfles gehad! Het was geen heel groot succes, maar we hebben allebei op de surfplank gestaan en we hebben een leuke middag gehad. Toch houden we het maar bij de Bodyboards, waar je geen skills voor hoeft te hebben.
Afgelopen zondag zijn we naar het plaatsje Nimbin geweest. Nimbin is een klein dorpje wat in de jaren ’60 helemaal leegliep omdat er geen werk was. Toen vonden er een paar hippies dit uitgestorven plaatsje en hebben hier een hippiegemeenschap gesticht, wat het eigenlijk altijd is gebleven, ook al is het nu vooral gericht op het toerisme. Als je op zoek bent naar wiet of ‘Magic’ cookies, moet je in Nimbin zijn, voor elk winkeltje staat wel een vaag figuur (of drie) die je wel aan een paar grammetjes kan helpen. We hebben hier een beetje rondgewandeld, het museum in geweest (Niet zomaar een museum, zoiets als deze heb je echt nog nooit gezien!), een pizza en een ijsje gekocht (ja, alleen maar een onschuldig ijsje ja!).
Wat me op vandaag brengt. Omdat Joost tot heel laat ’s nachts films heeft gekeken is hij eigenlijk heel lui geweest en de hele halve dag in bed gelegen. Ik ben met Cyle naar het stand gaan fietsen en we hebben gebodyboard. Morgen gaan we naar de vuurtoren van Byron bay, waar we een fietstochtje gaan doen en de zonsondergang gaan bekijken. Daarbij is dat het meest oostelijke punt van Australië, weer en nutteloos maar leuk feitje. Het weer is een stuk kouder hier, ’s nachts heel koud, overdag’s in de zon warm genoeg om op het strand te liggen, maar geen hitte. Het wordt alleen maar kouder hoe dichter we bij Sydney in de buurt komen, waar we verwachten zo rond 10 juni aan te komen. Daar gaan we natuurlijk het WK op de voet volgen, maar ook nog wat shoppen en een dagje walvissen kijken, die vanuit het noorden rond deze tijd naar het zuiden trekken. Nog maar een maandje en dan komen we weer thuis!
Heel veel liefs aan allemaal! Romy & Joost
Hoi Lieve allemaal,
Daar zijn we weer met een verhaaltje, dit keer vanuit Brisbane. We waren gebleven bij Rainbow beach geloof ik. Nou daar was het op het eerste gezicht een beetje saai en uitgestorven. ’s Ochtends na de busrit vanuit Maryborough vroegen Room en ik ons af waarom we in godsnaam besloten hadden weg te gaan uit Maryborough. Het eerste deel van de dag hebben we daarom maar een beetje duf op het strand gelegen (wat eigenlijk best wel lekker was). Rond een uurtje of 1 zijn we het stadje (1 straat) maar een beetje gaan verkennen. Daar deden we niet heel lang over, dus zijn we maar naar het hostel gegaan. Peinzend over wat we de rest van de dag gingen doen zagen we ineens een bordje waarop stond dat er een gratis wandeling met gids vertrok vanuit het hostel. Nou, dan doen we dat maar zeiden we. Bleek die wandeling gaaf te zijn joh! Na een stukje door suburbia gelopen te hebben kwamen we bij een enorme zandduin, waar we van de gids geleerd hebben hoe je een boemerang moet gooien, en als je hem ving kreeg je een gratis biertje. Dus iedereen gemotiveerd aan het gooien. Uiteindelijk is het ons allebei gelukt, na een poging of 50. Romy heeft er een snee in dr hand aan overgehouden en ikzelf een pijntje aan m’n wijsvinger. Maargoed, voor een vers getapt koud biertje….. We hebben ook nog een poging gedaan tot zandboarden, maar daar bakten we niks van, haha.
Na het boemerangen hebben we de zonsondergang vanaf de zandduin bekeken (zie foto’s) en zijn we via de andere kant de duin afgeklommen. Die andere kant bestond uit mooi gekleurd zand, wat een beetje te vergelijken is met de gekleurde rotsen die we op Fraser gezien hebben. Toen we beneden aankwamen kwam de maan op, ook mooi, kijk maar naar de foto’s. We zijn via het strand teruggelopen naar het hostel waar we lekker gegeten hebben en ons biertje hebben gedronken.
De volgende dag hebben we de bus gepakt naar Noosa, het rijkste stadje in Queensland. Huizen worden hier verhuurd voor 27.000 dollar per week!! We werden opgepikt door een busje dat ons naar de supermarkt bracht en de bestuurder vertelde ons dat we 15 minuten hadden om voor 3 dagen boodschappen te doen. Dat klonk moeilijker dan het was. Vervolgens zijn we naar het bushcamp gereden vanaf waar onze kano-trip zou vertrekken. Dat bushcamp bestond uit een groep legertenten en was eigenlijk best wel mooi. Er was een gewone keuken, een tv-tent en een bar, dus dat was prima. Alleen de wc’s waren een soort beerputten. RANZIG. De eerste nacht werden we in hele comfortabele, zelfgebouwde stapelbedden (een soort veldbed met twee verdiepingen) gestopt. Heel relaxt, maar helaas moesten we de dag erna verhuizen naar de grond in een tentje ergens anders. Het Bushcamp bleek een soort hostel te zijn in het bos waar je als kano-tripper alleen voor wat extra geld mocht slapen. De kanotochten zelf waren trouwens prima te doen, maar dat was alleen te danken aan het weer. Als het gewaaid en geregend had dan was het allemaal behoorlijk stom geweest. Maargoed, dat was niet zo dus het was leuk. De groep waarmee we kanoden bestond uit 5 Oostenrijkers, 2 andere Nederlanders (Tim en Tom), 3 Engelsen, nog een Nederlander en een Duitser, en onszelf. De eerste dag bestond uit 7,5 km heen en 7,5 km terug kanoën en de tweede dag was maar een heel klein stukje. De tweede dag hebben we eigenlijk de hele dag op het strand gelegen. Tim had het nogal naar zijn zin in de golven, maar bleek toen iedereen weg ging niet meer het water uit te kunnen komen vanwege de stroming. Gelukkig kon Thiemen, de andere Nederlander en een goede surfer hem helpen. Op de terugweg naar de kano’s zijn we nog een kudde kangoeroes tegengekomen en mooie foto’s van gemaakt.
De volgende dag zijn we samen met Tim en Tom naar een hostel in Noosa gegaan. Daar zijn we bijgekomen van het op de grond slapen en hebben we lekker gegeten en geleerd hoe je moet klaverjassen. INGEWIKKELD.
De dag daarop zijn we met z’n vieren naar Australia zoo gegaan. De bus er heen was gratis, maar je werd wel doodgegooid met filmpjes van Steve Irwin. De dierentuin zelf was superleuk, alleen het regende pijpenstelen. Dus we hebben de hele dag in poncho’s rondgelopen. We hebben olifanten gevoerd, koala’s geaaid, kangoeroes gevoerd en krokodillen geknuffeld (eigenlijk een heel klein babykrokodilletje, maar dat staat wat minder stoer) en meer van dat soort dingen.
Nou, en nu zijn we in Brisbane. Hard op zoek naar werk. We hebben de eerste nacht in een hostel geslapen omdat dat bij ons pakket van het reisbureau zat. Maar dat hostel was niet heel geweldig. Dus nu zitten we in een ander hostel, waar ze werk voor je regelen en waar het internet gratis is!!! Dus dat is prima. Romy heeft voor morgen en overmorgen al een beetje werk, promotie en ze nemen alleen meisjes aan (geen zorgen Ton ’t is allemaal Koosjer, haha). We zijn hier minimaal een week, maar als we allebei werk kunnen krijgen blijven we een week of 3.
O en dr staan ook nieuwe foto’s op de site! Ze staan niet zo erg op volgorde alleen. De mooie natuurfoto’s zijn van het kanoën en de zandduin. De foto’s van Australia zoo herkennen jullie vanzelf wel. O en als jullie een klein mannetje zien, dat is de pooier van het bushcamp en Romy’s nieuwe vriend. Hij heet Adam en woont met z’n moeder in het kamp. Hij heeft Room doodgeknuffeld toen we weggingen en mij een stomp in m’n gezicht verkocht. Haha. Nou tot slot, aangezien we gratis internet hebben moeten jullie maar ff een smsje sturen als je wil skypen. Voor de mensen die ons Australische nummer nog niet hebben: +61 422787145
Nou dat was het weer! Tot snel en we missen jullie!
Romy en Joost
Dag iedereen!
Hoe is het daar allemaal? Bijna meivakantie voor de meesten? Is het al een beetje lekkerder weer? Wij zijn weer terug van ons avontuur op Fraser Island, wat echt geweldig was! Zoals we al aangekondigd hadden zijn we zaterdag met een groep van 8 vertrokken. Om zes uur ’s ochtends zaten we voor de televisie, waar we eerst een überlange veiligheidsfilm moesten kijken, over het autorijden op het eiland en vooral de Dingo’s op het eiland. Daarna werden we meteen in het diepe gegooid: ”Hier is de auto en de campingspullen, zoek de weg naar de veerboot en veel plezier”.
Dus wij, samen met drie Ierse meisjes (die achteraf meisjes van 30 bleken te zijn, maar ze leken en gedroegen zich 18!), twee Duitse meisjes en een jongen uit Wales, in onze monsterwagen. Eerst boodschappen gedaan, want biertjes en de Australische wijn uit een zak (goon!) mogen natuurlijk niet ontbreken. Na een kleine omweg omdat we de veerboot niet konden vinden, waren we op weg naar Fraser Island. Voor wie het allemaal niet weet, komt hier een stukje info over Fraser. Voor wie het wel weet of het niet interessant vindt, lees verder vanaf de volgende alinea!
Fraser Island of K’gari voor de Aboriginals, is het grootste eiland ter wereld met alleen maar zandgrond als bodem, en daardoor is het zo bijzonder dat er zoveel zoetwater meren en beekjes zijn, dat er heel veel verschillende soorten bomen en planten groeien en dat er zoveel verschillende dieren op het eiland wonen, waaronder de dingo’s. De dingo’s op Fraser zijn zo bijzonder omdat het aantal groot genoeg is om inteelt te voorkomen en omdat ze op het eiland wonen zijn ze nooit vermengd met andere soorten honden, waardoor de Dingo’s op Fraser Island echte volbloeddingo’s zijn. De dingo’s zijn een probleem in combinatie met toeristen, die de dingo’s voeren, waar de dingo’s afhankelijk van worden. Het blijven wilde honden en kunnen agressief worden wanneer je je laatste happie van je boterhammetje met hagelslag lekker voor jezelf houdt. Zo zijn er mensen aangevallen door dingo’s en het is zelfs zo dat een vrouw ’s ochtends wakker werd en schreeuwend haar tent uitrendende : “A dingo took my baby!”. Ook al is dit jaren geleden, dit verhaal is nog steeds een discussie omdat de kleertjes van het kind netjes opgevouwen onder een boom werden gevonden en we tot nu toe nog nooit een dingo kleren hebben zien opvouwen. Mysterie, mysterie…
Eenmaal aangekomen op het eiland was het eerste stukje rijden met de auto al hilarisch, omdat je in zo’n 4wheeldrive helemaal door elkaar geschud wordt. We hebben dubbel gelegen van het lachen. Die eerste dag zijn we langs de oostkust naar het noorden gereden, waar je onderweg het wrak ‘Maheno’ tegenkomt, een schip wat ooit, misschien honderd jaar geleden, is gestrand. Na een hoop foto’s (die heel veel mensen wel zullen herkennen) zijn we doorgereden naar onze kampeerplek aan het strand. Daar hebben we de boel verkend, kokosnoten opengekraakt die heel erg rot bleken te zijn (stinken dat ze deden!!), desondanks hebben we lekker gegeten met z’n alle, maar zijn vroeg naar bed gegaan omdat het begon te regenen. We hebben allemaal verschrikkelijk geslapen omdat al onze tentjes zo lek als een mandje waren en we niks geen matras hadden, alleen maar een slaapzakje, maar zijn toch vroeg uit de veren gegaan voor dag twee.
Dag twee begon met een heel mooi zonnetje, dus dat maakte een hoop goed. Na een lekker ontbijtje zijn we naar Indian Heads gereden, een hoog uitkijkpunt. Vanuit daar zijn we naar de “Champagne Pools” gereden, wat zoutwatermeertjes tussen rotsen zijn, gevormd door golven die over de rotsen slaan. Heel helder en heerlijk op in te zwemmen! Daarna zijn we naar Lake Wabby gereden en omdat ons water op begon te raken moesten we ongeveer 20 km terugrijden naar een waterpunt, waar we ook geslapen hebben. Van daaruit begon pas echt een avontuur. Ik ga voordat ze het leest vooral Hanneke waarschuwen over de komende inhoud, want als ze erbij had geweest en alles had gezien, weet ik niet of ze de schrik had overleefd. De weg die we naar de kampeerplek moesten rijden was een ‘Scenic drive’ door het regenwoud, zanderig en heeel erg hobbelig en bobbelig. Scenic ammehoela! Onze vriend Daniel uit Wales reed, een goeie, maar een beetje onzekere, bestuurder. We hobbelden en bobbelden echt onwijs over deze weg, en het begon al donker te worden. Op een gegeven moment kwamen we écht bij een stuk onbegaanbare weg, waarbij de linkerhelft van de weg ongeveer een meter hoger was dan de rechterhelft van de weg en aan het einde van dit stuk lagen er onwijs grote wortels van een boom nog een halve meter hoger dan de linkerhelft van de weg, dus anderhalve meter hoger dan de rechterhelft. Kunnen jullie het je een beetje voorstellen? Onze Daniel rijdt hier voorzichtig opaf, wat natuurlijk niet werkte en we bijna met auto en al omvielen naar rechts. Alle passagiers eruit om de auto wat lichter te maken en Daniel probeerde het nog eens, zonder succes. Dit is het punt waarop onze daredevil, Sir Robin of gewoon roekeloze Joost een rol speelt. Omdat Daniel een beetje met de auto aan het stuntelen is en er bloednerveus van wordt, neemt Joost het over. Ik en de rest van de passagiers bekijken het tafereel van een afstandje met bibberende knieën. Joost kruipt achter het stuur en rijdt een enorm stuk achteruit, waar hij loeihard op het gevaarlijke stuk afrijdt, onder het lawaai van de motor. Wij (7 meisjes aan de zijkant) zien het al aankomen en piepen en schreeuwen “Zachter, zachter! ” maar helaas, onze held Joost hoort het niet en gaat eropaf…kiept om op het schuine stuk…neee…net niet!...en vliegt een paar meter over de wortels heen, en geloof me, het zag er echt uit als zo’n actiefilm, waar een auto een stuk door de lucht vliegt. Gelukkig landt Joost veilig met auto en al (Thanks you for flying Reckless Joost Airways) en kunnen wij aan de zijkant weer opgelucht adem halen..
Na dit grote avontuur en een lekker zelfgekookt pastaprakkie hebben we dus als roosjes geslapen, vergeleken bij de eerste nacht. We hadden het beste voor het laatst bewaard; Lake McKenzie. Een helderblauw zoetwatermeer, met witte strandjes en palmen eromheen. We hadden geluk want in de loop van de ochtend scheen de zon volop! Weer een hoop foto’s dus, die veel mensen wel zullen herkennen. De Ierse meisjes houden van poseren ( het waren trouwens écht een beetje tutjes!), dus sorry als de foto’s een beetje té geposeerd zijn!
Dat was zo’n beetje het einde van ons driedaagse Fraser avontuur. De avond erna hebben we nog gezellig met z’n alle Indiaase curry gekookt en spelletjes gespeeld, totdat de meest chagrijnige Australiër ter wereld (de baas van het hostel) kwam klagen over herrie. Omdat deze man eigenlijk al de hele dag heel erg onbeschoft deed tegen ons (zijn gasten) hebben we meteen besloten door te gaan naar Maryborough, een stadje iets zuidelijker en iets meer in het binnenland dan Hervey Bay.
Dit is het plaatsje waar de schrijfster van Mary Poppins geboren is en daar zijn ze trots op; alles heet hier Mary. Er is Mary street, Mary River, St. Mary’s Church, Mary’s Hairdressers, St. Mary’s school, en ga zo maar door. Alleen de Macdonalds heet gewoon Macdonalds. Er is een Mary Poppins Walk en een standbeeld van Mary. We slapen in een goedkoop hotel, want hostels zijn er niet. Op zich wel fijn, want dat betekent dat het hier niet zo toeristisch is als de rest van de oostkust en dat het niet zo peperduur is. We hebben hier vanavond heerlijk gegeten voor zo’n 6 euro p.p. en de mensen zijn hier onwijs aardig. We hebben het hier dus wel naar ons zin en blijven hier morgen ook nog een nachtje. Donderdag gaan we terug naar de backpackerswereld van hostels en dure dingen, in Rainbow Beach. Daar gaan we eigenlijk niet zoveel doen, maar het moet een mooi plaatsje zijn. Vrijdag gaan we naar Noosa Heads. Daar gaan we drie dagen en twee nachten kamperen en kanoën in de bush, wat heel mooi moet zijn. We zijn dus benieuwd en hebben er zin in! Na Noosa kunnen jullie dus weer een nieuw verhaal verwachten, want ik vind het echt zo leuk dat jullie allemaal zo blijven reageren op onze verhaaltjes en foto’s!
Heel veel liefs! Romy & Joost
Lieve iedereen!
Dit keer vanuit Hervey Bay! Na een vermoeiend lange busreis van 6 uur ’s middags tot 6 uur ’s ochtends zit ik ( Romy) nu in het hostel een verhaaltje aan jullie te schrijven terwijl Joost lekker ligt te dutten, want met die lange benen van hem kon ie niet zo lekker slapen in de bus..
We waren gebleven bij Airlie Beach, waar we gewwoofd hebben. Hebben het daar best wel naar ons zin gehad, maar omdat het werk eigenlijk echt niet leuk was en ook een beetje te lang, waren we errug blij dat we daar weggingen na twee weken. We werden naar Airlie gebracht door Colin, waar we een leuk kamertje in een YHA hostel hadden geboekt en daar hebben we gewacht op onze vriend Vikash, die ons heeft vergezeld op een tweedaagse zeiltrip naar The Whitsunday Islands, van zondag tot dinsdag. Onze boot heette ‘Habibi’ en bestond uit 22 passagiers, een hostess (niet heel aardig), een deckhand (een beetje aardig) en een captain (heel aardig). Het weer was trouwens helemaal niet aardig; veel wind, waardoor we niet of heel weinig konden zeilen, en af en toe regen. En ik kreeg toch wel een beetje last van zeeziekerigheid. We sliepen in een ieniemienie kamertjes met een stapelbed en een gewoon bed, maar omdat we vlak naast de motor sliepen wat het heeel erg heet in ons kamertje. Joost en Vikash hebben daardoor een halve nacht onder de sterren liggen roddelen. Desondanks hebben we het heel gezellig gehad en hele mooie dingen gezien, waaronder ‘Whitehaven Beach’, er wordt gezegd dat hier het puurste en fijnste zand van de wereld ligt. Je kunt bijvoorbeeld je goud en zilver heel mooi glimmend krijgen door het met dit zand te wassen. Leukleuk. Verder heeft de boot ons naar allemaal plekjes gebracht waar het mooi was om te snorkelen, het was geen Great Barrier Reef, maar wel mooi en met heel veel vissen!
Toen we van de boot weer op het vaste land stapten, nog een beetje wiebelig van de ‘zeemansbenen’ bleken alle hostels vol te zitten of moesten we allemaal apart op een kamer. Onze Appletechneut vikash is op onderzoek uitgegaan op zijn iphone en vond daar, op het internet een kamer in resort ‘Terraces’ voor dezelfde prijs als de hostels. Geboekt en wel komen we daar aan en verwachten we een klein kamertje met een paar stapelbedden. Wat blijkt: een 2-kamer appartementje met luxe badkamer, keukentje, tv en bakon! Daar hebben we dus volop van genoten met ’s middags een duik in de spa van het resort, vervolgens een borrel op het balkon (met een hilarische invasie van kaketoes en kings parrots, zie foto’s) en een heerlijke barbecue. ’s Ochtends deed het warme water het ineens niet meer en hebben we de receptie gebombardeerd met telefoontjes. Het warme water kon niet op korte termijn gemaakt worden, maar door de overlast mochten we een paar uurtjes later uitchecken, waar we natuurlijk volop gebruik van hebben gemaakt.
Vikash vertrok die ochtend rond twaalven weer naar Sydney, dus die hebben we uitgezwaaid en zelf hebben we nog een mooie wandeling gemaakt van zo’n 5 km, langs de havens van Airlie naar de grotere supermarkt. We hebben maar besloten onze baantjesdroom in Airlie Beach op te geven en het ergens anders te gaan proberen. Dus toen hebben we de bus gepakt, en nu zitten we hier, in Hervey Bay, was op het eerste gezicht een beetje lijkt op een groot industrieterrein, maar daar kom ik nog op terug, want we zijn alleen van de bus naar het hostel en de supermarkt gelopen. We blijven hier in ieder geval tot en met dinsdag, want zaterdag gaan we naar Fraser Island. We gaan erheen met een groep van het Hostel, ongeveer 8 personen en met die groep gaan we zelf het eiland verkennen met een 4WD truck ( Grote auto met vier-wiels aandrijving in het Nederlands?) We gaan onder de sterren camperen tussen de dingo’s, zwemmen in heeeele blauwe zoetwater meertjes en heel voorzichtig doen met onze camera, want door het fijne zand staat Fraser ook wel bekend als camerakerkhof…
Nou dat was het voor nu denk ik, jullie zijn weer op de hoogte van al onze belevenissen. Heel veel liefs van ons twee ! xxxx
Lieve Allemaal,
Hier een berichtje vanuit Airlie Beach! We hopen dat jullie allemaal gezellige Pasen hebben gehad. De laatste dagen en het Paasweekend in Cairns hebben we ons een beetje verveeld, omdat het de hele week in Cairns heeft geregend, 24 uur per dag, 7 dagen lang. Na het paasweekend zijn we de regen ontvlucht en hebben we de bus naar Airlie Beach genomen.
Zoals aangekondigd zijn we hier aan het Wwoofen, aan het werken tegen kost en inwoning bij een gezin net buiten Airlie Beach. Moeder Julie, vader Colin en zoon Andrew. Er zijn nog wat kinderen, maar die wonen niet meer thuis. Ze hebben een vloerbedekkingbedrijf, maar daarnaast hebben ze ook een paar ‘nursery’s’, waar ze heel veel tropisch bomen en planten verbouwen op hun enorme lap land. In die nursery’s werken wij overdag’s, samen met zoon Andrew en wat andere wwoofers. We staan op 7 uur op, eten ‘Brekkie’, oftewel ontbijt en beginnen met allerlei klusjes als onkruid wieden, planten verpotten en bemesten, gaten graven (vooral voor de jongens!) etc etc. Ook is het veel opruimen, want de cycloon die hier een paar weken geleden langs is geweest heeft behoorlijk wat schade aangericht. Het werk is best wel zwaar, maar we hebben genoeg pauze en Julie is echt een onwijs goede kok! We eten hier scones en mudcake ’s ochtends in de theepauze en bijvoorbeeld heerlijke kipsandwiches als lunch. Het avondeten is ook onwijs lekker en kan van alles zijn. Zoveel beter dan alle noodles die we de afgelopen weken hebben gegeten!
Het is hier net als in Cairns een tropisch klimaat, maar gelukkig hebben we hier alleen maar zonnige dagen gehad. Het regenseizoen is zo’n beetje afgelopen, dus dat is mooi. Na het werken kunnen we lekker niks doen bij het zwembad, of neemt Andrew ons mee voor een ritje naar een mooi plekje in de buurt, zo zijn we bijvoorbeeld naar een paar watervallen hier geweest waar we anders zelf nooit heen zouden zijn gegaan. Zie foto's! In het weekend zijn we helemaal vrij, dus zijn we een avondje uitgeweest en een dagje Airlie beach ingegaan (wat eigenlijk maar een grote straat is met heel veel toeristen!), waar we op zoek zijn gegaan naar een echt betaald baantje. Wat moeilijker dan je zou denken, maar we hebben wat rondgekeken en gesolliciteerd bij een resort, voor baantjes als kamermeisje (/jongen) of iets in bijvoorbeeld het restaurantje. Er waren wat plekken, dus het is nu een beetje afwachten.Volgende week werken we nog van maandag tot en met vrijdag, zaterdag gaan we hier vertrekken en zondag gaan we op een zeiltrip naar de Whitsundays, voor 3 dagen. Dus daarna kunnen jullie weer een nieuw verhaaltje verwachten!
Heel veel liefs! Romy & Joost
P.S Af en toe wel heimwee hoor! Ook heimwee naar lekkere frikandelletjes en lekkere bruine boterhammen! Hmmmm....
Hoi lieve allemaal,
De groetjes vanuit de woestijn! Vanuit Melbourne zijn we, zoals gepland, naar Alice Springs gevlogen. Eigenlijk was Alice Springs precies wat we er van verwacht hadden. Een soort slaapstad midden in de woestijn. Er is wel wat te doen, maar de meeste mensen die er wonen werken ‘Out Bush’. We hebben geslapen in Toddy’s resort, een budget backpackers hostel met een zwembad. Prima te doen! De eerste dag moesten we naar de het bureau van het bedrijf dat ons mee zou nemen de woestijn in. Ze vertelden ons dat we minimaal 3 liter water per persoon mee moesten nemen, dus wij naar de supermarkt aan Todd’s street. Over todd gesproken, er is ook nog een todd’s River, maar we hebben geen idee wie Todd is. Het is iig niet de man die Alice gesticht heeft. Lekker boeiend!
De volgende dag zijn we om 5 uur opgestaan omdat we om 6 uur opgehaald zouden worden voor de tour. Om half zes zou er ontbijt klaarstaan, maar toen we bij de receptie aankwamen was alles nog helemaal donker. Dus wij wachten. Om zes uur baalden we, want we hadden nog geen ontbijt gehad en de bus zou zo komen. Maar om kwart over 6 was die er ook nog niet. Toen om half zeven eindelijk de receptie open ging, wij naar binnen om verhaal te halen. Bleek dat we ons vergist hadden in het tijdsverschil tussen Melbourne en Alice Springs en dat we een uur voorliepen, en dus ook een uur te vroeg op waren gestaan! Vet balen. Maargoed, een uur later kwam de bus en kon het feest beginnen. We hadden een gids die zichzelf Skip noemde, een vet aardige maar knettergekke kerel die in het leger had gezeten. De eerste dag zijn we naar King’s Canyon gereden en daar een onwijs mooie, maar vermoeiende wandeling gemaakt die begon bij ‘Heartattack Hill’. De naam zegt het natuurlijk al: het is een hele steile lange klim die niet iedereen zomaar kan maken. Maar we hebben het naar de top gehaald en gelukkig was er een stuk verderop een meertje in ‘The garden of Eden’ waar we lekker een duik konden nemen om af te koelen. De foto’s spreken voor zich, het was echt onwijs mooi.
’S Avonds sliepen we in ‘swags’ een soort slaapzak met een heel dun matrasje erin waar je met je eigen slaapzak inkruipt. Niet heel comfortabel, maar na een vermoeiende en hete dag, een lekker maaltje, wat biertjes, heel veel sterren boven je hoofd en een gezellig kampvuurtje slaap je natuurlijk overal in. De volgende dag stonden we om half 6 op, om naar ‘Kaja Tjuka’ te gaan, waar we een wandeling zouden maken voordat we naar Ayers Rock, of Uluru, zouden gaan. Een makkie, dachten we. Nou dat viel vies tegen en eenmaal klaar en aangekomen bij Uluru, waren we helemaal afgemat. Desondanks zijn het misschien wel de mooiste wandelingen die we ooit hebben gemaakt. Onze gids wist ons heel veel te vertellen over Uluru en de Aboriginals en het verbaasde ons dat er nog steeds zoveel rituelen plaatsvinden op en om de berg, zoals het inwijden van jongens tot de ‘volwassen’ mannen. Details zullen we jullie besparen, maar geloof ons maar dat er hele pijnlijke dingen plaatsvinden daar. Verder wel heel erg interessant en we hebben echt veel geleerd over Aboriginals. We hebben de berg zelf niet beklommen, omdat dat heel onrespectvol is tegenover de Aboriginals. Er wordt je dus ook gevraagd het niet te doen, maar er zijn altijd tonnen mensen die het tóch doen, vooral heel veel japanners en chinezen die het gewoon niet begrijpen. We zijn wel om de berg heen gelopen en hebben de zonsondergang en zonsopgang bij Uluru gezien, wat ook heel indrukwekkend was, zie de foto’s.
Dat was eigenlijk in het kort Alice Springs en onze Uluru-trip. Na de trip zijn we nog met de hele groep gaan eten en zijn we uitgeweest. De volgende dag zijn we naar Cairns gevlogen en daar zitten we nu. Het is hier heel rustig i.v.m. de cycloon die hier vorige week heeft geraasd en nog steeds is het best wel slecht weer, vooral regen en regen. Het is wel tropisch warm, maar een beetje zon zou wel fijn zijn. Gister zijn we met een dagtrip naar ‘’The Great Barrier Reef gegaan, waar we hebben gesnorkeld en (voor het eerst!) gedoken. We hadden privéles, want van de in totaal vier(!) passagiers aan boord waren wij de enige die gingen duiken. En ook dit was heel erg gaaf. We hebben een hoop foto’s genomen en nog veel meer gezien, rifhaaien, honderden soorten vissen, anemoonen, koralen en zeeschildpadden, enorm groot! De dag was goed verzorgd, we kregen een uitgebreide lunch en een lekker kaasplankje en fruitsalade op de weg terug! Nu zitten we bij de Mac gratis te internetten, met een uitzicht op een regenachtig Cairns. Joost heeft nog een goedkope didgereedoo gekocht en is daar contstant op aan het oefenen. We hebben ook nog een meisje hier in de buurt die we kennen vanuit de Uluru-trip, dus ons vervelen doen we niet natuurlijk. Dit weekend is het Pasen en wordt het waarschijnlijk paaseitjes zoeken in Airlie Beach. Na Pasen gaan we beginnen aan het avontuur dat ‘Wwoofen’ heet. Je werkt op een boerderij een paar uurtjes per dag voor kost en inwoning. We gaan werken op een soort boerderij wat tropisch fruit verbouwt, maar je kunt ook met koeien of schapen aan de slag. Dat gaan we voor twee weken doen, en daarna gaan we samen met vikash een zeiltrip doen naar de Whitsunday Islands.
Dat was het denk ik ongeveer voor nu. We willen speciaal nog Ted heeel erg bedanken voor de extra fotoruimte die we hebben gekregen. De foto’s die jullie dus gaan zien zijn mede mogelijk gemaakt door Ted!
Heeel veel liefs,
Joost en Romy
Hoi Lieve allemaal!
Daar zijn we weer met een verhaaltje. Het is alweer bijna een week geleden dat we jullie voor het laatst geupdate hebben, en de tijd vliegt! Ondertussen zitten we in Melbourne in een YHA (Youth Hostels Australia). We waren geëindigd bij Malacoota. Nadat we daar helemaal zijn lekgestoken zijn we de volgende ochtend op weg gegaan richting Lakes Entrance. We wilden daar eerst gaan slapen, maar op weg er naartoe bleek dat ze alle bossen in de omgeving aan het platbranden waren. Nouja, niet echt platbranden natuurlijk, maar ze verbrandden alle blaadjes en takken die op de grond liggen zodat een echte bosbrand wat minder heftig is. Maargoed, dit zorgde ervoor dat Lakes Entrance stonk en mistig van de rook was. Dat, in combinatie met het feit dat het stadje eigenlijk gewoon ongezellig was, zorgde ervoor dat we besloten om verder te rijden. Onderweg kwamen we er alleen achter dat we twee problemen hadden. Ten eerste was het zeker nog 250 km tot het volgende stadje (Foster) en ten tweede begon het geld op te raken.
Toen we om half 5 in Foster aankwamen kon de man van het visitor’s information centre ons gelukkig een gratis kampeerplek vertellen. Het was nog een uurtje doorrijden, waarvan tenminste 20 min op een onverharde weg (waar we eigenlijk helemaal niet op mochten van het verhuurbedrijf). Gratis kampeerplekken hebben vaak alleen een wc, geen douches dus. Maarja je moet wat. En trouwens, de gratis campings waren wel altijd de mooiste plekjes. Omdat we toch vonden dat we af en toe moesten douchen zijn we maar niet iedere dag op een gratis camping gaan staan. Het plekje heette trouwens Bear Gully, voor de mensen die dat interessant vinden. Het had een heel mooi strand waar niemand was (zie foto’s), ’t was alleen wel koud.
Vanaf Bear Gully zijn we de volgende dag doorgereden naar Philip Island, een eiland in de buurt van Melbourne. Dit eiland is een grote toeristen attractie omdat je er de kleinste pinguïns ter wereld kan zien. Heel leuk, maar we mochten geen foto’s maken. Dus als jullie ze ook willen zien moet je er helaas zelf naartoe. Verder zijn we naar een Koala Conservation Centre geweest waar ze (heel verrassend) koala’s hadden. Heel leuk! En gelukkig mochten we hier wel foto’s maken.
Eigenlijk hebben we in het stuk tussen Phillip Island en het mooiste stukje van onze trip met de auto alleen maar kilometers gemaakt. We zijn via Melbourne doorgereden naar Torquay waar we op de goedkoopste (maar nog steeds veel te dure) camping hebben gestaan. Dat de campings zo duur waren werd gerechtvaardigd met het feit dat Torquay DÉ surfhoofdstad van Australië zou zijn. Maar eigenlijk was het vooral DÉ surfWINKEL hoofdstad van Australië met een heel pietepeuterig strandje waar af en toe een mooie golf op terecht kwam. Maargoed, misschien leren we het nog wel te waarderen als we een beetje kunnen surfen.
Het mooiste stukje van de trip waarover we het net hadden is trouwens de Great Ocean road, en die begint in Torquay. Great Ocean road is eigenlijk gewoon het vervolg van de snelweg langs de kust, maar dan door allemaal bergen, met watervallen, stranden, lookouts, Cliffen, grotten en af en toe een dorpje. Heel mooi! De foto’s laten wel zien wat we bedoelen. We hebben geslapen in Johanna een dorpje met twee huizen, een strand met stekelvissen, en…. een gratis camping! De volgende dag hebben we het tweede stuk van de GOr gedaan richting Port Campbell. Onderweg zijn we gestopt bij de Twelve Apostle heule hoge kalkstenens, rotsen die midden in de zee staan om dat het water al het land er omheen heeft wegge ‘erodeerd’, (dankjewel Romy). Het zijn er helaaspindakaas geen twaalf meer, want ze kukelen dankzij die erosie allemaal langzaamaan om. We hebben trouwens opweg naar de apostles nog een Kangoeroe gered die met een gebroken poot midden op de weg lag. De teller staat nu op 57 dode, 23 levende en 1 gewonde kangoeroe (de dode en levende zijn schattingen, de gewonde weet ik vrij zeker). Het was wel heel zielig, vooral omdat ie iedere keer dat we ‘m een beetje richting de berm probeerde te jagen bang werd en alleen maar verder de weg op kroop. Gelukkig wist Romy de Ranger van Animal Planet dat dieren rustig worden als je een handdoek over hun hoofd legt. Dus, ik moest m’n handdoek opofferen (maar dat deed ik natuurlijk graag). Uiteindelijk hebben we het beestje naar de berm getild, maarja daar zou ie ’t natuurlijk ook niet overleven zonder een dierenarts. Room had wel het telefoonnummer van de dierenambulance uit haar hoofd geleerd, maar jammer genoeg hadden we geen bereik. Dus toen zijn we met pijn in ons hart doorgereden op zoek naar bereik of een vaste telefoon. Onderweg kwamen we de politie tegen, en bij het Twelve Apostles Information Centre vertelden ze ons dat iemand het beestje al had gemeld bij de dierenambulance. Wel stom dat ze de kangoeroe lekker op het midden van de weg hadden laten liggen. Dus wij waren weer opgelucht. We hebben nog wat rondgelopen in het gebied en zijn vervolgens naar Lake Elizabeth gereden, wat een beetje meer in het binnenland, in Otway National Park ligt.
Bij Lake Elizabeth zou een gratis camping zijn, maar helaas was die niet bereikbaar met de auto. Dus we zijn doorgereden naar Forrest (niet te verwarren met Foster). Daar zijn we op een camping terecht gekomen waarvan we hoopte dat de eigenaar weg zou blijven totdat wij ook weer weg waren, maar helaas kwam ze op het laatste moment toch opdagen. Dus wij weer betalen. Op dat moment waren we het kamperen een beetje zat en besloten we een dagje eerder naar Melbourne te gaan. De volgende dag de hele auto schoongemaakt en opgeruimd, ingeleverd en naar het hostel gegaan.
En daar zijn we nu! Vanavond heerlijk niks doen en morgen vroeg Melbourne verkennen! De dag daarna vertrekken we met het vliegtuig naar Alice Springs en gaan we een beetje outback verkennen! Maar daarover horen jullie de volgende keer meer!
Liefs,
Romy en Joost
Laat je e-mail achter en ik stuur je een mailtje als ik een nieuw verhaal of nieuwe foto's op de site heb gezet.